historie: Theo van de Loo

Theo van de Loo

Toen Theo van de Loo op 24 juli 1919 in Hillegom werd geboren kon niemand vermoeden, dat hij ruim twintig jaar later nog eens in dezelfde plaats, ja zelfs in dezelfde straat deel uit zou maken van de amateurploeg van Caballero, die in Treslong werd voorgesteld aan de pers. Immers,al op zeer jeugdige leeftijd verhuisde hij met het gezin Van de Loo naar het zuiden om vervolgens een groot deel van zijn leven in Weert door te brengen. Vrij laat begon hij aan een verdienstelijke wielercarrière nadat jongere broer Jeroen eerst bij de N.W.B. en later in K.N.W.U.-verband bij de Kempen het voorbeeld had gegeven. Achttien jaar was Theo toen hij debuteerde bij de nieuwelingen, waar hij de grootste problemen had met het in die tijd verplichte (en te kleine) vaste verzet. Later ging het bij de amateurs beduidend beter en nadat hij in Lierop Brabants kampioen geworden was en zowel nationaal als internationaal stevig aan de weg had getimmerd, koos hij voor een leven als beroepsrenner. Dat viel echter niet mee en zoals al zovelen vóór hem, verdween hij na enige jaren uit het peloton. Hij had toen weliswaar een aantal ereplaatsen behaald, maar de echte doorbraak kwam niet. Theo, die een L.T.S,opleiding als automonteur had gevolgd, koos vervolgens voor een beroep dat hem toch wat van de wereld liet zien, n.l. vrachtwagenchauffeur op de grote internationale routes. Op 18 april 1981 hield hij het voor gezien in Nederland. Na zijn huwelijk emigreerde hij naar Australië en kwam hij terecht in Brisbane. Nadat hij ook daar aanvankelijk als chauffeur vele kilometers had afgelegd is hij later aan het tuinieren geslagen en hij verdient daar thans nog zijn brood mee. (Uit: Over groen en geel gesproken. Jubileumboek TWC De Kempen 1987 Tekst: Harry Jansen) De blonde Weerter wielrenner kwam oorspronkelijk uit de BolIenstreek. Al op jeugdige leeftijd was de familie van der Loo vanuit HiIlegom naar het Limburgse land verhuisd. Op 17-jarige leeftijd Iiet hij zich als lid van Buitenlust inschrijven en vroeg zijn eerste licentie als nieuweling aan. Hij zou in dat wielerseizoen 1967 slechts enkele maanden in deze categoriek uitkomen want in de zomer werd hij al amateur. Tot dusver waren de resultaten niet om over naar huis te schrijven. Op het eind van de jaren zestig was hij vooral in de regionale criteria te zien. Toen nog gehuld in het rode shirt van Relou brandstoffen, een formatie geleid door Pierre Smits. Theo introduceerde trouwens ook zijn jongere broer Jeroen in de wielersport. Deze zou slechts enkele jaren actief blijven. In 1970 werd Theo door de Limburgse oud-prof Lei Pepels gecontracteerd voor zijn Heynen-motor ploeg. De blonde stijlvolle Limburgse coureur klasseerde zich in de traditionele openingsklassieker de Ster van Zwolle meteen als 5e. Enkele weken later scheelde het in Enschede-Munster niet veel of hij had de zegebloemen mee naar Limburg kunnen nemen. Maar ook in dat seizoen kon hij in criteria’s weinig tot geen gensters slaan. Mede op voorspraak van oud-streekgenoot en manager Frans van den Enden kwam hij in 1971 bij Càballero. In Olympia’s Toer reed Theo steeds voorin en dat resulteerde uiteindelijk in een voortreffelijke 9e plaats in het eindklassement. Aangezien Valkenswaard voor hem wat gerichter was had hij zich inmiddels als lid van TWC De Kempen aangemeld. Voor zijn oude vereniging BuitenIust had hij nog een presentje. In Lierop werden de provinciale kampioenschappen georganiseerd en de Limburgse amateur wist daar de Brabantse titel te behalen. Ook het jaar daarop kon hij weer bij Caballero terecht. Een ernstige ziekte hield hem echter van de koersen. Het einde van van der Loo’s wielercarrière leek in zicht. Totdat hij in 1973 onverwachts weer in de wielerarena verscheen. In het voorseizoen kwam hij slechts zelden op de voorgrond en des te verrassender was zijn besluit om prof te worden. Vanaf 1 juni reed hij als beroepsrenner, in het groene clubshirt, de vaderlandse criteria af. op het einde van dat seizoen kon hij bij beroepsrennersformaties enkel een 12e plaats in Linne overleggen. In 1974 wilde Theo van der Loo, inmiddels ook exploitant van een benzinestation, het anders aanpakken. Hij trainde harder en ging serieuzer leven. Zijn sterke optreden in de eenmalige klassieke Ronde van Tim-Oil-formatie in de Amstel Goldrace mocht vertrekken. Na afloop kon hij een vast contract tekenen, Coördinator Jan Janssen was erg te spreken over het aanvallende rijden van de import-Limburger in de landelijke beroepsrennerskoersen. We herinneren ons nog goed hoe hij in een avondcriterium in Grave zijn beste resultaten als prof behaalde. Na de hele wedstrijd gedomineerd te hebben werd hij daar 2e. Slechts eenmaal kwam hij als prof aan het vertrek in een etappewedstrijd; de ronde van Luxemburg. AI in de eerste etappe werd hij uit de strijd genomen omdat de tijdslimiet overschreden was. Op het eind van dat seizoen besloot Tim-Oil, totaal onverwacht de wieleractiviteiten te staken. Directeur Theo Timmermans kon zich niet verenigen met de afloop van het nationaal wegkampioenschap en de relatie met de Limbugse pers. Dit besluit had ook zijn invloed op Theo van der Loo. Op 25-jarige leeftijd zette hij een punt achter zijn wielercarrière. (Uit: Clubblad Het Verzetje. 1977. Tekst: Rien van Horik)